Ontstaan Diepenveen
Diepenveen dorp behoort sinds de gemeentelijke herindeling van 1999 tot de gemeente Deventer. Daarvoor was het een zelfstandige gemeente met ruim 10.000 inwoners en 3775 woningen. De gemeente Diepenveen bestond uit de kerkdorpen Diepenveen, Schalkhaar, Lettele en Okkenbroek en kende verder de buurtschappen Oude Molen, Averlo, Linde en Tjoene. Tot de jaren zeventig behoorde ook het dorp Colmschate bij Diepenveen. Het scheelde niet veel, of Diepenveen was indertijd al ingelijfd door Deventer. Maar met felle protesten tot in Den Haag toe kon dit toen worden voorkomen. Wel moest het gebied rond Colmschate worden opgeofferd voor de stadsuitbreiding van Deventer.
Over de betekenis van de naam Diepenveen bestaat geen volledige zekerheid. De naam is afkomstig van het gelijknamige klooster dat aan het eind van de 14-de eeuw door volgelingen van Geert Groote, Johannes Brinckerink en Swedera van Runen, is gesticht. Geert Groote was de grondlegger van de Moderne Devotie. Het klooster was het eerste klooster voor vrome vrouwen, zusters des Gemenes Levens. Het staat in de geschiedenis bekend als het vrouwenklooster van Diepenveen. In 1476 telde het kloostercomplex meer dan 170 bewoners. Daarmee was Diepenveen één van de grootste kloosters van ons land.
Er wordt gezegd, dat de naam van het klooster te maken zou hebben met de omstandigheden dat ter plaatse het veen diep in de grond zou reiken.
In 1578 werd het klooster grondig verwoest door de keurvorst van de Paltz. Alleen de kapelresten bleven bestaan. In 1592 vervielen de restanten van het klooster en zijn rijke bezittingen, waaronder veel landerijen, aan de stad Deventer.
De oude kloosterkapel werd in 1659 voor de protestante eredienst bestemd. In dat jaar kwam zo de eerste dominee, ds. Lambertus van Bommel, als predikant te Kolmenschate.
In 1720 werd deze kerk gerestaureerd dankzij de gulle gift van Antonius Matthaeus, professor aan het Deventer atheneum.
Veel van de kloosterbezittingen werden door Deventer in de loop der tijd verkocht. De kerk bleef tot 1836 in handen van de stad Deventer. Daarna werd een convenant gesloten waarbij het kerkbestuur het eigendom verkreeg.
| Sindsdien is het kerkgebouw vele malen gerestaureerd. Bij een restauratie in 1946 werden twee grafkelders ontdekt en bij de laatste restauratie in 1968 is men er achter gekomen dat de kerk oorspronkelijk twee verdiepingen heeft gehad. De resten van deze lage gewelven zijn nog herkenbaar in het pleisterwerk. De restauratie in 1968 was zeer ingrijpend en ondanks het fraaie resultaat missen velen toch nog een beetje de prachtige gebrandschilderde ramen van voorheen. Gelukkig bleef de akoestiek goed, waardoor muziek en zang bijzonder goed tot hun recht blijven komen. |